het statuut van de reisbureaus |
|
De wet van 21 april 1965 en de gecoördineerde Koninklijke Besluiten van 30 juni 1966 en 1 februari 1975, 22 oktober 1988 en het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 1996 stellen hoge eisen aan de vergunde reisbureaus (minimum kapitaal, borgstelling, beroepsbekwaamheid, technische uitrusting, verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, verzekering financieel onvermogen, enzovoort). Ter compensatie werden er regels uitgewerkt ter bescherming van het beroep en de titel van reisagent. |
